U bevindt zich hier:

Hamer: Mijn motie is geen gekkigheid

09.12.2009

Hamer: Mijn motie is geen gekkigheid

Science Guide

9 december 2009 - Nederland naar de top 5 van kennisnaties? Hoe dan? PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer liet kenners haar bekende motie uitdiepen. Het HO en haar partijgenoten Bos en Plasterk kregen huiswerk mee. “Voor de top moet je jongeren uitdagen tot het willen kunnen leren. Maar moet je dan ook niet durven kiezen en selecteren?”

Hamer onderstreepte dat de Kamerbrede steun en de lange termijn ambitie in de motie grote betekenis hebben. "Dit betekent dat het ook voor andere, volgende coalities telt. Er zullen in volgende kabinetten opnieuw partijen zitten die deze motie steunden. Van links tot rechts." In een artikel op ScienceGuide met collega's uit de Kamer diept zij haar betoog nog nader uit.

Lange termijn

Het kabinet-Balkenende noemde Hamer in de eerste van haar debatreeks 'Mariëtte Markeert' "het eerste kabinet dat wij op deze ambitie aanspreken. En vele kabinetten hierna zullen we zo aanspreken, want het gaat hier om een langetermijn investeringsagenda." Plasterk is na Hermans en Van der Hoeven de derde minister op rij die Hamer hier voor uitdaagde, zo herinnerde zij haar toehoorders. "Dat liep eerder dus niet erg. Ondanks dat Plasterk veel heeft gedaan op dit punt, zoals voor de leraren en hun positie en salarissen, heeft dat nog niet het karakter van een langetermijn investeringsagenda. Nu hebben we met de motie dus wel een heldere formulering van waar die zich op richten moet."

LevenLangLeren

Krachtige steun kwam van de uitgenodigde experts voor het investeringsaccent op levenlangleren bij -om te beginnen- docenten. "Deze professie staat onderaan bij de bestedingen voor bijblijven en herscholing. Als docenten dat al niet graag blijken te doen in de praktijk, hoe moeten anderen gedurende hun loopbaan daar dan over denken?" Bovendien is het jeugdonderwijs als eenzijdige oriëntatie van het beleid en van deelnemers zelf passée. 40% van de ROC-studenten is ouder dan 23 jaar, onderstreepte IP-lid en ROC-voorzitter Kees Tetteroo.

Om de Top 5 waar te maken moet de uitval drastisch omlaag. Alternatieve leerroutes moeten dan usance zijn in plaats van uitzonderingen die 'vooruit dan maar' gemaakt kunnen worden. "Stapelen mag gelukkig weer," grapte Hamer. "Maar laat het dan ook toe in de praktijk, maak dat studenten het ook gewoon gaan doen," riep zij vmbo, mbo en HO-bestuurders op.

Welke prioriteiten?

Hierna kwam de prioriteit voor leraren en de eigen inzet van studenten op tafel. PO-voorzitter Kete Kervezee verklaarde het 'een schande te vinden' dat leraren vaak veel te eenzaam opereren en verzuipen zonder teamrol. Ook de afwezigheid van ouders passeerde de revue. "Neem je die niet mee, dan zijn alle investeringen weggegooid geld," aldus Jasper Tuytel, voorzitter Hogeschool Rotterdam.

Joeri van den Steenhoven, Nederland Kennisland, droeg vervolgens Hamer op het hart om haar motie met grote plannen vorm te geven. "Stop met hapsnap acties en leg je toe op langetermijn programma's à la Leerkracht. We horen nog te veel boodschappenlijstjes uit het onderwijs om zulk hapsnap beleid op te roepen en weinig leiderschap dat zelf initiatief neemt."

'Vraag maar aan je baas!'

Toen aan het slot een ambtenaar van Financiën zich meldde en vroeg: "Maar hoe gaan we die Top 5 ambitie bekostigen?" reageerde Hamer direct en gevat: "Vraag dat maar aan je baas." Ze lichtte dit later wel even toe en zei: "De motie is ook om een doel, een missie te formuleren. Er is veel wantrouwen in ons land. Dus ook in onszelf, ook in het onderwijs! Juist daar kan men zijn ambitie nu stellen en mensen weer in zichzelf laten geloven en in wat zij kunnen. Dat is ook het soort leiderschap dat Joeri terecht aansneed."

Daarom ziet Hamer haar motie als een drietrapsraket met vooral impact voor een lange termijn en voor perspectief. Tot maart 2010 wil zij drie stappen zetten naar antwoorden op de vragen: " Wat is 'Top 5' dus concreet? Hoe kom je daar dan? En wat heb je dan nodig om dit waar te maken?" Daarmee kan zij dan de heroverwegingscommissies en het kabinet "aanspreken voor die langere termijn om dat dan ook waar te gaan maken. Als eerste in een lange reeks kabinetten, want zo'n investeringagenda is voor een reeks van jaren."

Lees het artikel van PvdA-Kamerleden Hamer, Kraneveldt, Besselink en Depla waarin zij hun drie hoofdopdrachten voor het onderwijs uiteenzetten.

Het Gelijkheidsideaal zit in de haarvaten van de Nederlandse samenleving. En terecht. Ons

land is groot geworden doordat steeds meer mensen een eerlijke kans hebben gekregen

zichzelf te ontwikkelen. Goed onderwijs is daarbij onmisbaar. En dus moeten onze scholen

(weer) tot de beste scholen van de wereld behoren. Die ambitie is door de politiek tijdens de

afgelopen Politieke Beschouwingen ook nadrukkelijk vastgelegd in de motie Hamer. Juist nu

we in economisch zwaar weer zitten, moeten we onze basis versterken. Het is ongelooflijk

belangrijk dat we in deze crisis de samenleving ook perspectief bieden op verbetering.

Dat gaat niet zonder slag of stoot, want nog steeds staat het principe van gelijke kansen onder

druk. Nog steeds hebben kinderen uit achterstandswijken minder kans op goed onderwijs.

Nog steeds vallen te veel scholieren vroegtijdig uit

Voor de PvdA telt ieder talent. Daarom werkt Ronald Plasterk hard aan de verbetering van het

onderwijs. Met zijn actieplan leerkracht heeft hij een omslag gemaakt. De leraar staat weer

centraal, er wordt hard gewerkt aan het versterken van de basiskwaliteiten van leerlingen en

de strijd tegen schooluitval levert steeds meer resultaat op. Die versterkte basis moeten we nu

uitbouwen. Samen met leraren, leerlingen, ouders, schoolbestuurders en ook andere politieke

partijen willen we onze scholen een verdere kwaliteitsimpuls kunnen geven.

De afgelopen maanden hebben we met veel mensen gesproken. Op basis daarvan hebben we 3

hoofdopdrachten geformuleerd. 1. Verbeter de kwaliteit van leraren en het taal- en

rekenonderwijs. 2. Zorg dat ieder talent benut wordt. 3. Zet in op wetenschappelijk

toponderwijs.

Om met het eerste punt te beginnen. Goed onderwijs begint en eindigt met een professionele

en bevlogen docent voor de klas. Die docent moet zich gewaardeerd voelen. Dit betekent dat

hij/zij een fatsoenlijk salaris verdient en dat de leraar de ruimte krijgt te doen waar die goed in

is; lesgeven. Daarmee is kabinet begonnen. We kunnen echter ook nog extra een sprong

maken. De kwaliteit van de lerarenopleiding moet daarom omhoog en bijscholing van

docenten moet een vanzelfsprekendheid worden. Daarom willen we een recht op leren voor

leraren. Dat kan door een lerarenacademie te starten. Daar kunnen alle leraren hun

basisvaardigheden bijspijkeren en updaten. Voor hen die nog een stapje verder willen moeten

er mogelijkheden komen om daarbovenop excellentie programma’s te volgen. Zo krijgen we

de topleraren die we nodig hebben. En ja, extra kwaliteit mag ook beloond worden.

Goed rekenen, lezen en schrijven zijn een pure noodzaak voor een succesvolle schoolcarrière .

Daar zet Sharon Dijksma nu vol op in. Dat is hard nodig ook. Op dit moment staan we in de

ranglijst van OESO-landen 13e. Dat moet op z’n minst een 5e plek worden. Dat lukt alleen als

achterstanden rap worden weggewerkt. Dus moeten alle kinderen met een taalachterstand op 2

jarige leeftijd naar de voorschool en moet er op alle niveaus en in alle leeftijdsgroepen extra

aandacht komen voor taal en rekenen.

Ons tweede hoofdpunt luidt dat ieder talent moet worden benut. Het onderwijs is altijd de

emancipatiemachine bij uitstek geweest. Helaas hapert de motor. In achterstandswijken gaan

nog steeds veel minder kinderen naar HAVO of VWO dan het gemiddelde in diezelfde stad..

Daarom zetten we extra in op het bieden van maatwerk voor kinderen in deze wijken en op

toponderwijs, zodat ook zij gelijke kansen hebben om hun talenten te benutten. Extra

onderwijstijd, inclusief sport en culturele vorming is daarbij van groot belang.

Uiteindelijk komt het hier op neer: je postcode moet niet bepalen naar welk type onderwijs je

gaat. Daarom steunen we ook de aanpak van Lodewijk Asscher in Amsterdam. Hij maakt

prestatie van scholen openbaar en biedt scholen extra hulp als zij dit nodig hebben. We

moeten ambitie tonen: als je meer geld geeft om achterstanden weg te werken accepteren we

geen lagere prestaties.

Wij willen naar zijn voorbeeld nu ook landelijk zwakke scholen steunen door ze met gerichte

intensieve hulp veel sneller uit het slop te trekken. Dat kan door een EHBO brigade met

topleraren en schoolhoofden in het leven te roepen. Zij kunnen ingrijpen op zwakke scholen

voordat ze echt dreigen af te zakken. Dat is hard nodig, omdat er anders kostbaar talent

verloren gaat.

Dat geldt ook voor vroegtijdige schoolverlaters. Zij verkwanselen hun talent en hebben een

grotere kans op werkloosheid. Daarom wil het kabinet hun aantal halveren. Maar daar houdt

het voor ons niet op. De ambitie van de PvdA is dat het aantal voortijdig schoolverlaters in

2020 is gedaald tot maximaal 20.000. Uiteindelijk geldt het principe: “Iedere vroegtijdig

schoolverlater is er één te veel”. Bovendien moeten jongeren juist worden gestimuleerd op

school te blijven als er geen zicht is op werk. Mede daarom worden mogelijkheden om te

stapelen en door te stromen vergroot. Iedereen moet de kans krijgen het beste uit zich zelf te

halen. Dat betekent overigens ook dat ouderen een leven lang moeten kunnen blijven leren.

Dan ons laatste punt. We kiezen voor excellentie in het Hoger en wetenschappelijk onderwijs.

Dat betekent dat we wetenschappelijke en onderwijskundige prestaties ook serieus nemen en

diversiteit daarin vooral aanmoedigen. Als alles immers ongeveer hetzelfde moet zijn, is er

nergens echt noodzaak tot topprestatie. Initiatieven als de classificatie van hoger onderwijs in

Europees verband zijn daarbij een pluspunt. Ook onderzoekers in HBO, WO en bedrijven die

topprestaties leveren moeten we optimaal kansen bieden door te groeien en netwerken uit te

bouwen. Hierin mogen we best het verschil erkennen. Niet elke onderzoeksgroep of

universiteit kan tot de top van de wereld behoren. Maar als Nederland moeten we willen dat

enkelen dat zeker wel doen. Daarom streven we er naar dat minimaal één universiteit

structureel in de top twintig staat.

Langs deze drie hoofdopdrachten gaan we dus te werk. De ambitie is hoog: we willen (weer)

de beste scholen van de wereld. Maar dat geldt ook voor de inzet: ieder kind, ieder mens

verdient een eerlijke kans het beste uit zich zelf te halen.

Mariëtte Hamer, Margot Kraneveldt, Marianne Besselink en Staf Depla

Meer informatie