U bevindt zich hier:

De kennissector staat vierkant achter de motie-Hamer: €75.000 per baby meer

12.11.2009

Science Guide

De kennissector staat vierkant achter de motie-Hamer en roept de Kamer op serieus en vooral feitelijk ermee aan het werk te gaan. De KIA-partijen rekenen ook uit wat dit inhoudt. Dat is €75.000 meer aan kennisinvestering per pas geboren baby, zoals Zweden bijvoorbeeld doet. Maar Plasterk geeft geen sjoege.

Topprestatie kan ook in crisistijden

De KIA-coalitie van partijen als de KNAW, PBT, HO-koepels, sociale partners, studentenbonden, onderwijsorganisaties, TNO, NWO, Brainport en dergelijke schrijven de fractieleiders in de Tweede Kamer,  dat "gegeven de lastige economische en financiële situatie, Nederland de komende jaren een topprestatie kan leveren. Ook in een mondiale kenniseconomie kunnen wij tot de top behoren. Dat vraagt echter wel om een langdurige en toegewijde inspanning van alle bij de kennissamenleving betrokken partijen, inclusief politiek en overheid."

Hierover willen zij met de Kamer de dialoog aangaan, juist nu het kabinet de 20 heroverwegingscommissies aan het werk heeft gezet. Minister Plasterk kwam in het OCW-begrotingsdebat niet veel verder dan vast te stellen dat hij en de Kamer zullen beslissen over investeren of bezuinigen. Hij kon en wilde zich ook niet echt committeren aan de uitvoering van de Kamerbrede motie van zijn partijgenote en fractieleider.

Geen respons

Een vraag van D66-aanvoerder Pechtold naar wat Plasterk ging doen met de motie-Hamer en de berekeningen die vanuit onder met het IP -waar hij vice-voorziter van is- naar buiten zijn gebracht beantwoordde de minister als volgt:
"Met de begroting heb ik samen met de collega van Economische Zaken de brief 'Naar een robuuste kenniseconomie' naar uw kamer verstuurd. In die brief formuleerde het Kabinet de door D66 aangehaalde top 5-ambitie. In dezelfde brief geef ik rode draden voor beleid aan, zoals ik denk dat die de komende periode gevoerd moeten worden.

Voorbeelden van die beleidsrichtingen zijn het blijven verbeteren van de prestaties op rekenen en taal, het koesteren van vakmanschap en groei van studenten en excellentie in met name het Hoger Onderwijs. Nieuwe inspanningen zouden zich, in lijn hiermee, kunnen richten op extra onderwijstijd in het primair onderwijs, de beloning van docenten en de intensiteit van het beroeps- en hoger onderwijs."

Uitgedaagd door de tegenbegroting van de VVD die op Prinsjesdag was voorgelegd kon Plasterk evenmin zich verbinden aan de denklijn, dat efficiencyverbeteringen bij bijvoorbeeld het beurzenstelsel terug zullen vloeien naar hoger onderwijs en onderzoek.
 
De KIA-brief met de actuele internationale cijfers leest u hier onder. De recente analyse van die cijfers door ScienceGuide leest u hier.

Naar de top 5

'Onlangs heeft uw Kamer in de volle breedte haar steun gegeven aan de motie Hamer (TK 2009-2010 32123 - 10). Uitgaande van het gegeven dat onderwijs, kennis en innovatie belangrijke bronnen van duurzame economische groei zijn, roept de motie het kabinet op bij de aangekondigde heroverweging uit te gaan van de ambitie om het onderwijs en de wetenschap in Nederland tot de mondiale top 5 te laten behoren.

De KIA-coalitie die 26 belangrijke partijen uit de hele kennisketen van primair tot hoger onderwijs, en van fundamenteel onderzoek tot het innoverend bedrijfsleven verenigt, is verheugd met de herbevestiging van dat streven. De Kennisinvesteringsagenda heeft eerder al betoogd dat voor deze ambities extra financiële inspanningen nodig zijn van publieke en private partijen.

Het is immers een illusie te denken dat wij de gewenste topprestaties kunnen bereiken met middelmatige inspanningen. Kennisinvesteringen zijn juist de komende jaren nodig om de economie weer terug te brengen op een hoog groeipad. Onderwijs, kennis en innovatie zijn geen kostenposten maar - hoog renderende - investeringen in de kracht van onze economie en samenleving. Gezonde overheidsfinanciën zijn gebaat bij een hogere productiviteit, economische groei en daarmee hogere belastinginkomsten.

In de brief 'Naar een robuuste kennissamenleving' (TK 2009-2010, 27406-153) kiest het kabinet voor het OESO-gemiddelde als referentiepunt voor zijn financiële inspanningen. Het kabinet gaf aan dat het vasthouden van het huidige niveau in de komende jaren lastig zal zijn, gezien de sterk verslechterde economische situatie. Onderwijs, toegepast onderzoek en innovatie maken dan ook deel uit van de door het kabinet gestarte heroverwegingsoperatie om tot bezuinigingen te komen.

Omdat de Kamer ook de komende maanden naar aanleiding van de genoemde brief en bij de begrotingsbesprekingen naar verwachting over deze ambitie voor de middellange termijn zal spreken hebben wij voor u de kennisinvesteringen van de vijf toplanden in kaart gebracht.

Het blijkt dat de landen die boven Nederland staan in internationale ranglijsten als de Global Competitiveness Index (GCI) fors meer geld uitgeven aan kennis en innovatie. Gemiddeld geeft de top 5 van overheidswege een vol procentpunt van het BBP meer uit aan kennis en innovatie. Voor Nederland is dat een bedrag van ruim 5 miljard per jaar.

Ter illustratie: per geboren baby geeft Zweden jaarlijks 75 duizend euro meer uit aan kennis dan Nederland. Een verschil dat al jaren bestaat en enkel verder toeneemt. Daarnaast doen landen vlak achter Nederland in de GCI als Australië en Zuid Korea juist nu forse kennisinvesteringen. Kortom: de top 5 is nog ver weg en Nederland dreigt links en rechts te worden ingehaald.

De KIA-coalitie komt graag in gesprek met de Kamer over hoe, gegeven de lastige economische en financiële situatie, Nederland de komende jaren een topprestatie kan leveren. Daarbij kunnen wij voortbouwen op de nog altijd goede uitgangspositie van ons land. Ook in een mondiale kenniseconomie kunnen wij tot de top behoren.

Dat vraagt echter wel om een langdurige en toegewijde inspanning van alle bij de kennissamenleving betrokken partijen, inclusief politiek en overheid. Alleen dan is het mogelijk de bij de gestelde ambitie passende investeringen en institutionele veranderingen te realiseren.'

De brief met de figuren- en cijferbijlagen leest u hier.