31.05.2007
Het tweede Innovatieplatform (IP) onder leiding van premier Balkenende heeft zijn werkprogramma voor de komende jaren vastgesteld op 31 mei 2007.
Het Innovatieplatform wil door innovatie Nederland een betere positie op de wereldmarkt geven waardoor de welvaart op een hoog peil blijft en toekomstige generaties ook van die welvaart kunnen blijven profiteren. Het gaat om een beter leven.
Het Innovatieplatform constateert dat Nederland weliswaar teruggekomen is in de top 10 van internationale ranglijsten, maar het is de ambitie van het Innovatieplatform om terug te komen in de top 5. Om deze stijgende lijn vast te houden in een globaliserende economie en mondiale kenniswereld zal het tweede Innovatieplatform opnieuw hard werken aan de kennisbasis en concurrentiekracht van Nederland.
Het Innovatieplatform kiest voor waardecreatie in sectoren waar Nederland concurrentievoordeel kan opbouwen. Dit bouwt voort op de sleutelgebiedenaanpak van het eerste Innovatieplatform. Het tweede Innovatieplatform wil dit ook doen door de ontwikkelingen in maatschappelijke sectoren waar we moeten vernieuwen uit pure noodzaak, zoals zorg, energie, onderwijs en waterbeheer, breder en effectiever te benutten. Daar waar Nederland goed in is verder stimuleren, maar ook daar waar Nederland goed in móet zijn verder versterken. Om dit te realiseren bouwt het Innovatieplatform voort op de Kennisinvesteringsagenda (2006-2016) van het eerste Innovatieplatform. Die agenda met 24 ambities en 54 acties werd breed ondersteund door publieke en private partijen.
Het Innovatieplatform pakt vanaf 2007 de volgende projecten en acties aan om doorbraken te helpen realiseren die de concurrentiekracht van Nederland verbeteren:
Kennisbasis & kennisparadox
Ondernemerschap
Innovatieagenda
Concurrentiekracht
Innovatie in maatschappelijke sectoren
Sociale innovatie & human talent
Het Innovatieplatform zal ook in zijn nieuwe periode werk maken van de kennisparadox: kennis stroomt onvoldoende. Onderzoekers moeten tot de top blijven behoren en door valorisatie moet kennis worden omgezet voor samenleving en bedrijfsleven. Het Innovatieplatform gaat ondernemerschap bevorderen, zodat er meer starters(50% groei, het zijn er nu 3100) en doorgroeiers komen(moet 12% worden is nu 8%). Verbeteren, vernieuwen en innoveren lukt vooral in een omgeving waarin ruimte is voor excellentie, creativiteit en risico. Als er sprake is van praktische barrières of dieperliggende mechanismen, die daarbij in de weg staan, dan wil het Innovatieplatform er graag aan werken om dit te veranderen.
Het Innovatieplatform gebruikt de KIA om jaarlijks een ‘röntgenfoto’ te maken van de ontwikkeling van Nederland. Als het goed is gaan deze ‘röntgenfoto’s’ optellen tot een film die zichtbaar maakt in welke richting Nederland zich ontwikkelt. De KIA telt namelijk 24 meetbare doelstellingen en 54 maatregelen en biedt de lat waarlangs het Innovatieplatform de voortgang zal meten en aanjagen.
Concurrentievoordeel opbouwen in sectoren betekent dat het Innovatieplatform de sterke posities van Nederland wil uitbouwen in het verlengde van de sleutelgebiedenaanpak. Wat bepaalt het merk ‘Nederland’? Het Innovatieplatform wil blijvende aandacht geven aan de concurrentiekracht van Nederland. Hoe doen onze sterke sectoren het? Welke nieuwe komen op? Hoe kunnen we de exportkansen vervolgens uitbouwen? Die vragen wil het Innovatieplatform samen met anderen onderzoeken en verbeteren.
Het Innovatieplatform gaat innovatie in een aantal maatschappelijke sectoren bevorderen. Het Innovatieplatform begint met water, zorg, energie en onderwijs. Hier ligt een noodzaak door bijvoorbeeld klimaatverandering en vergrijzing en dus ook kansen op nieuwe bedrijvigheid. Het Innovatieplatform zal in het najaar van 2007 eerst een analyse uitbrengen over de innovatiebelemmeringen en kansen in de gekozen maatschappelijke sectoren. Aansluitend verkent het Innovatieplatform samen met innovatieve spelers uit die sectoren de oplossingsrichtingen.
Het Innovatieplatform heeft sociale innovatie op de kaart gezet onder meer met het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie(NCSI). Het IP wil voorbeelden van talentontwikkeling zichtbaar maken, opschalen en aanjagen. Dat komt sociale innovatie en het beter benutten van ieders talent ten goede. Ook wil het Innovatieplatform in samenwerking met het NCSI een actieprogramma starten om bedrijven en publieke werkgevers te stimuleren om aantrekkelijk te zijn voor andere typen werknemers (allochtonen, ‘werknemer 2.0’) en arbeidsmobiliteit (ook tussen sectoren) te verbeteren.
Het Innovatieplatform zal de acties en projecten in direct contact met degenen die het doen, uitwerken. Maar omdat het IP een open innovatienetwerk is waar nu al 4000 mensen bij betrokken zijn zal het IP grote groepen die de Nederlandse economie willen vernieuwen uitnodigen om mee te denken. Dat meedenken gebeurt via www.nederland-innoveert.nl. Naast een groeiende groep volwassenen betrekt het Innovatieplatform ook jongeren bij zijn werk via www.detoekomstishier.nl. Scholieren kunnen hun oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen inzenden door videofilmpjes en presentaties te maken. De beste inzendingen dingen mee naar prijzen.
Voor meer informatie over dit persbericht en het Innovatieplatform:
Maria Henneman, woordvoering en communicatieadvies, + 31(0)70 427 8677 (tel) of +31 (0) 6 51 38 11 88, mh@innovatieplatform.nl
Bekijk het videopersbericht van de lancering 'Nederland 2020: terug in de top 5'. In dit plan laat het platform zien wat er nodig is voor Nederland om in 2020 weer in de top 5 te staan van meest concurrerende en welvarende landen ter wereld.