U bevindt zich hier:

Innovatieplatformleden: “Nog gerichter investeren”

26.03.2009

Het is goed dat het kabinet investeert in de economie op korte, middellange en lange termijn. De leden van het Innovatieplatform herkennen zich in het recessiepakket van het kabinet. Verschillende voorstellen van het Innovatieplatform uit Sterker uit de Storm zijn overgenomen.

Wiebe Draijer: “Kern van Sterker uit de storm is om de recessie te gebruiken om de zwakheden van de Nederlandse economie aan te pakken en er sterker uit te komen. Het kabinet kiest ook voor die lijn. Wel adviseren wij een aantal keuzen nog scherper te maken. Kies bijvoorbeeld voor versterking van de sleutelgebieden, de sterke economische sectoren die de motor zijn van de Nederlandse concurrentiekracht. Het kabinet kan die keuzen nog beter verwoorden”,  aldus Draijer. De aandacht voor energie en duurzaamheid vindt het Innovatieplatform goed en begrijpelijk. Energie is al in 2004 door het Innovatieplatform als innovatie-as benoemd.

De keuzen voor gerichte investeringen in onderwijs, kennis, innovatie en ondernemerschap juichen de Innovatieplatformleden toe, wel adviseren de keuzen nog scherper en gerichter te maken. De verruiming van de afdrachtvermindering van de WBSO is een goede maatregel, evenals het versterken van de  kennisinfrastructuur door tijdelijke inzet kenniswerkers. Beide maatregelen zijn door het Innovatieplatform bepleit. Het kabinet kiest er voor om de ontwikkeling van onderwijs, innovatie en kennis op het niveau van het OESO gemiddelde te brengen in een lange termijnpad. Verwezen wordt naar de zomer als EZ en OC&W bij de Miljoenennota aanvullende mededelingen doen. Robbert Dijkgraaf: “Daar zetten wij als Innovatieplatformleden wel vraagtekens bij. Welke OESO gemiddelde gebruik je dan als ijkpunt? Voor verschillende onderdelen van het onderwijs staan we op of zelfs boven het OESO gemiddelde. Voor Ontwikkeling en Onderzoek (R&D) weer niet, zoals ook het Innovatieplatform heeft geconstateerd. Voor publieke en private uitgaven van Ontwikkeling en Onderzoek zou het betekenen dat die met  EURO 4 miljard per jaar omhoog moeten. Het is verstandiger om Nederland af te zetten tegen onze directe concurrenten. Die versnellen in een veel hoger tempo dan wij. Wil je onze welvaart behouden en versterken dan zijn zij onze meetlat en moeten we dus nog meer versnellen”.

Dijkgraaf wijst op de analyse die het Innovatieplatform heeft uitgebracht over de staat van Nederland als kennisland. Daaruit blijkt dat zowel de publieke als de private investeringen in kennis, innovatie en ondernemerschap fors achterblijven bij landen met krachtige economieën waar Nederland mee concurreert. Volgens deze zogeheten Kennisinvesteringsagenda van het Innovatieplatform moeten de publieke investeringen in kennis en innovatie daarvoor met 1,2% van het BBP toenemen ten opzichte van 2006 (in de KIA wordt daartoe een structurele toename begroot van 3,5 tot 6 miljard euro per jaar oplopend naar 2016). Deze agenda dient versneld uitgevoerd te worden wil de concurrentiekracht van Nederland op peil blijven. De Kennisinvesteringsagenda is volgens de leden van het Innovatieplatform een betere graadmeter dan de OESO gemiddelden. Overigens denkt het Innovatieplatform graag met met de ministers voor de invulling van dit pakket.

Het kabinet trekt in totaal € 900 miljoen uit ter stimulering van de innovatiekracht van Nederland. De Innovatieplatformleden pleiten ervoor de miljoenen nog gerichter in te zetten. Draijer: “Wij zijn verheugd voor het geld voor Wind op Zee, en hopen dat het bij de FES gelden echt om ´nieuw` geld gaat. Wat nu vooral van belang is, wil je sterker uit de recessie komen, om een duurzame industriepolitiek te voeren en investeringen heel gericht te doen. Volgens ons kan het kabinet hier nog in verfijnen. Het Innovatieplatform pleit onder andere voor meer buitenlandse investeringen. Met een gerichte en gecoördineerde inspanning van rijk, andere overheden en bedrijven kan het aantal belangrijke binnenkomende buitenlandse vestigingen worden verhoogd tot 50 in drie jaar. Berekend is dat een additionele overheidsinvestering van 10 miljoen euro per jaar, in combinatie met enkele verbeteringen in het vestigingsklimaat, tot een verhoging van het BBP met 0,5 tot 1,0 % kan leiden. Voor de sleutelgebieden liggen er juist nu extra kansen. Naast de lopende programma’s die uitgevoerd moeten worden, liggen er voor circa 300 miljoen aan innovatieprojecten – en programma’s die in gang gezet zouden moeten worden. Dat kan ook door meer innovatiecampussen in te richten voor die sleutelgebieden. Gelden van lokale overheden, benoemd in het beleidsakkoord van het kabinet, zouden daarvoor gebruikt worden.
“ Het beleidsakkoord is dus een stap in de goede richting maar aanscherping voor sleutelgebieden en gerichte investeringen, die niet eens veel geld hoeven te kosten, voor kennis en innovatie kunnen op langere termijn nog meer effect opleveren”, aldus Dijkgraaf en Draijer.

Voor meer maatregelen zie Sterker uit de Storm en het rapport Kennisinvesteringsagenda 2009 te vinden op www.innovatieplatform.nl

Voor meer informatie over dit persbericht en het Innovatieplatform:
Maria Henneman, 06 11376550, mh@innovatieplatform.nl