U bevindt zich hier:

Resultaten IP1: 2003-2007

Wat heeft dit alles in de periode 2003-2007 nu opgeleverd? Mede door de inspanningen van het IP is het thema innovatie hoog op de maatschappelijke en politieke agenda gekomen. Dat heeft geleid tot meer overheidsinvesteringen in kennis en innovatie, niet alleen in de periode dat het IP actief was (tot eind 2006), maar ook daarna. Er zijn netwerken gekomen van ondernemers, kennisinstellingen en overheden; op regionaal, sectoraal en landelijk niveau, bijvoorbeeld de regionale innovatieplatforms. Er wordt meer samengewerkt tussen de departementen van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op het gebied van innovatie.

Misschien is de Kennisinvesteringsagenda wel het meest in het oog springende rapport van het eerste Innovatieplatform geweest. Op 1 november 2006 hebben 21 organisaties hun steun betuigd aan deze ambities en toegezegd daaraan, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, aan mee te zullen werken. Daartoe behoren de werkgevers – VNO-NCW en MKB Nederland – en de vakbeweging, tal van kennisinstellingen, de HBO-raad en de VSNU, alsmede het Interstedelijk Studenten Overleg. Hiervan is een belangrijke invloed uitgegaan op het nieuwe Coalitieakkoord, dat Kennis en Innovatie tot 2e pijler van het kabinetsbeleid heeft gemaakt en tot 2011 € 1,8 mrd vrijmaakt voor investeringen.

Er zijn zgn. sleutelgebieden gekomen: food & flowers, high-tech systemen en materialen, water, chemie, de creatieve industrie en pensioenen en sociale verzekeringen. Bovendien is ICT benoemd als enabling sleutelgebied.

Thematische aandachtsgebieden die vaak ook geografisch zichtbaar zijn geworden: Food Valley, Energy Valley, naast andere brandpunten van innovatie, zoals Brainport Zuidoost Brabant, Task Force Innovatie Utrecht, Twents Innovatieplatform etcetera.

De afgelopen jaren werd ook financieel een flinke impuls gegeven aan extra investeringen in onderzoek en onderwijs. Structureel ging het om een bedrag van € 1,22 miljard.

Structurele verhogingen totaal € 1,22 miljard

Hoofdlijnenakkoord Balkenende II Enveloppe ‘Onderwijs en kennis’, € 800 miljoen, waarvan € 185 miljoen voor onderzoek en innovatie (OCW en EZ):

-

€ 100 miljoen smart mix,

-

€ 60 miljoen bèta en techniek,

-

€ 25 miljoen technostarters

-

€ 100 miljoen WBSO

Paasakkoord 2005, onderdeel onderwijs, € 250 miljoen

Begroting 2007-2011, € 167 miljoen, oplopend naar € 550 miljoen in 2011

Daarbovenop kwamen eenmalige verhogingen voor een totaalbedrag van € 2,67 miljard. Dat geld komt onder meer ten goede van toponderzoek, maar ook van praktijklokalen in het beroepsonderwijs en leerwerktrajecten, het bevorderen van ondernemerschap en bèta/techniek in het onderwijs.

Eenmalige verhogingen

ICES-KIS 3, € 800 miljoen

Begrotingsvoorbereiding 2006 (Paasakkoord 2005 en augustusbesluitvorming), € 1060 miljoen:

-

€ 300 miljoen praktijklokalen

-

€ 100 miljoen beroepskolom

-

€ 60 miljoen innovatievouchers

-

€ 100 miljoen grootschalige infrastructuur

-

€ 359 miljoen Paasakkoord Kennis en innovatie

-

€ 141 miljoen Innovatie en toponderzoek

Het IP heeft in 15 rapporten uitgebracht met in totaal zo’n 200 actievoorstellen. Een flink aantal daarvan is daadwerkelijk in uitvoering genomen, dikwijls met betrokkenheid van kennisinstellingen en bedrijven. Een greep uit de resultaten:

-

Er zijn bijna 10.000 zgn. innovatievouchers uitgereikt, bonnen waarmee MKB-bedrijven kennis kunnen inkopen bij een publieke of private kennisinstelling. Doel is bedrijven te stimuleren gebruik te maken van kennis die bij de kennisinstelling op de plank ligt en die het bedrijf helpt te vernieuwen. In 2006 werden 6000 van dergelijke vouchers verstrekt, met een waarde van €2500 tot €7500. Ook in 2007 zijn 6000 vouchers beschikbaar.

-

Om innovatie binnen branches in het MKB te bevorderen, zijn de InnovatiePrestatieContracten ontworpen. Die zet groepen MKB-bedrijven aan tot het uitvoeren van een innovatieplan. Daarin gaan groepen van maximaal 35 bedrijven voor drie jaar een 'samenwerkingsverband' aan. De deelnemende bedrijven krijgen 50% subsidie met een maximum van € 50.000 per bedrijf. De bedrijven kunnen door het contract gebruik maken van een aantal faciliteiten en krijgen begeleiding en advies bij de ontwikkeling en realisatie van hun plannen

-

Kennismigranten: sinds 1 januari 2005 is aan ca. 4000 kennismigranten een vergunning verleend. Inmiddels zijn ± 2000 bedrijven en instellingen tot de regeling toegelaten (situatie per 1 mei 2007).

-

Op het gebied van de onderzoeksbekostiging van universiteiten is de zgn. kleine dynamisering ingevoerd: € 100 mln uit de basisfinanciering van universiteiten (1e geldstroom) wordt vanaf 2007 herverdeeld op basis van prestaties van universiteiten in de 2e en 3e geldstroom.

-

Het ministerie van EZ heeft zijn innovatiebeleid herijkt en naast het generieke innovatiebeleid het programmatische innovatiebeleid gefocussed op sleutelgebieden. Het innovatie-instrumentarium wordt gestroomlijnd. De instrumenten sluiten meer aan bij concrete vragen van ondernemers. Via concrete innovatieprogramma’s op sleutelgebieden wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in Food en Nutrition en Point One, Nanoelectronica en Embedded Systems.

-

Er is een Nationaal Centrum voor Sociale Innovatie gekomen, in samenwerking met werkgevers en vakbeweging. Daar wordt gewerkt aan verbetering van arbeidsproductiviteit middels slimmer en leuker werken en het realiseren van innovaties in management en organisatie.

-

Ook de rijksoverheid zelf heeft samen met het Innovatieplatform meer innovatieve vormen van werken in praktijk gebracht. Voorbeelden zijn de introductie van een Nederlandse versie van de SBIR-regeling waarbij departementen mkb-bedrijven innovatieve overheidopdrachten verlenen en het instellen van tien projectdirecties.